Ongeluckige Voyagie
Van't Schip Batavia Nae Oost-Indien

27 maart 2021, tijd ntb
ZOOM event
Een lezing in het Engels door Bernie Renwick in Perth (Aus)
batavia width=200px
Aan de westkust van Australië (New Holland) zijn door de eeuwen heen al veel schepen ten onder gegaan. De eerste, waarvan dat lot werd opgetekend waren de Nederlandse schepen, die vanuit Holland via de Kaap de Goede Hoop bij Zuid-Afrika koers naar Batavia (nu Djakarta) in Nederlands-Indië zetten. Deze schepen werden meestal gefinancierd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).

Ter inleiding wordt er wat verteld over de allereerste ontdekkingsreizigers, dan gaan we verder met een beschrijving van het VOC-vlaggenschip de Batavia en de schipbreuk op de Houtman Abrolhoseilanden, nabij de plek waar nu de stad Geraldton in West-Australië is gelegen. De muiterij en het tragische verhaal werden door François Pelsaert, VOC-commandant op de Batavia, in zijn logboek vastgelegd.
 
 
Scheepsbreuken vormen een belangrijk deel van de vroege Europese geschiedenis van West-Australië en trekken onderzoekers vanuit zowel Nederland als Australië die historische gegevens proberen te verzamelen. De initiatieven zijn waarschijnlijk niet alleen genomen om naar de gezonken scheepswrakken te zoeken, maar misschien ook om de schatten te vinden die erin ten onder gingen.

De Batavia in 1628 op haar eerste reis van Holland naar Nederlands-Indië met een lading algemene koopwaar, florijnen, juwelen en 318 passagiers en bemanningsleden. Het maakte deel uit van een vloot van zeven schepen onder leiding van vlootvoorzitter Pelsaert.
 
 
De Batavia werd bestuurd door Jacobszoon, die jaren daarvoor heftige ruzie had gehad met de voorzitter. De vijandschap escaleerde toen de schipper door Pelsaert werd beschuldigd van het lastigvallen van een vrouwelijke passagier.
Jacobszoon spande met Cornelisz samen tot muiterij, maar dat werd verhinderd omdat de vloot uit elkaar raakte en de Batavia aan de grond liep op de Houtman Abrolhols-eilanden, voor de West-Australische kust met het verlies van 70. Zo'n 220 overlevenden landden op twee eilanden. Pelseart vetrok naar Batavia in Indië en was twee maanden afwezig.
 
 
De overlevenden hadden zich onder Cornelis en Wiebbe Hayes verdeeld in twee oorlogvoerende kampen.
Cornelis martelde en hing 125 overlevenden op tegen de tijd dat Pelsaert terugkeerde, die het geschil beslechtte door Cornelis en zijn volgelingen te executeren.
 
De overige muiters en de overige overlevenden (in totaal minder dan 100) voeren op de Saardam naar Batavia in Nederlands-Indië. Twee muiters werden op het vasteland gemarroon om te verkennen en feedback te geven wanneer ze later werden gered. Ze werden nooit meer gezien. Jacobszoon ontsnapte aan executie wegens gebrek aan bewijs en wat er van hem is geworden is onbekend.

Pelsaert (geboren ca. 1590, Amsterdam) trad in 1618 in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Tussen 1620 en 1627 was hij de belangrijkste vertegenwoordiger van de Compagnie in Agra, India en schreef hij een rapport over de stand van de Nederlandse handel in India. Hij stierf in 1630 in Batavia.
 
Bernie Renwick